Volle Venten - cabaret op maat

Volle Venten, cabaret op maat

Column: Uitvaart


Een doffe dreun tegen de ruit en dan een onheilspellende stilte. “Er vloog iets tegen het raam” hoor ik mijn dochter zeggen. Showtime!!!

In mijn aangeharkte tuintje ligt een vogel aangeslagen op de grond. Mijn kennis van het dierenrijk kent zijn grenzen, maar ik weet 100% zeker dat we hier te maken hebben met een mus. Een echte Hengelose Huismus. Een beschermde diersoort in mijn tuin? Wat kan de wereld toch mooi zijn! Niets aan de hand: beestje oppakken en in de bosjes zetten. Beestje sterkt aan en vliegt gezond weer weg. Dit keer gaat het anders.

Ons gevederde vriendje ligt er wel heel raar bij. Nooit geweten dat de Hengelose Huismus met het puntje van zijn snavel het achterste stukje van zijn staart kan aanraken. De natuur blijft me verbazen.

Tot mijn dochter overgaat op een ander scenario:
“Die is dood”. Kinderen kunnen zeer goed waarnemen en ook met dat vermogen is in Huize ter Braak niets mis. Mijn zoon zat met zijn conclusie “dat ‘ie het niet meer doet” ook aardig in de buurt.

“Nou jongens”, probeer ik lollig, “de groene of grijze Otto?” “Nee!”, buldert het uit twee kelen. “Cremeren?” probeer ik nog met een glimlach. Tevergeefs.

Deze exponent van de Hengelose fauna zal worden toevertrouwd aan de gewijde grond van de Nijverheid. Links achter, twee scheppen diep onder de heg. Het rouwprotocol wordt uit de kast gehaald en het stappenplan volgt:

1. Ga naar de schuur.
2. Pak een plantenschepje.
3. Graaf een kuiltje onder de heg.
4. Lepel de dode vogel op met het plantenschepje.
5. Leg (niet gooien) de vogel in het kuiltje.
6. Dek het toe met wat aarde.
7. Knoop twee takjes tot een kruis.
8. Steek dit op de kopse kant van het graf.
9. Sta stil bij het verscheiden van dit exemplaar.
10. Ga naar binnen voor een kop koffie en een plak cake.

Volgens de kinderen moet je bij punt 8 niet te diep steken omdat je anders de vogel in zijn ogen prikt en dit heel zeer doet (hmmm….., volstrekt unieke redenering).

Tijdens de koffie en ranja tracht ik er nog een educatief gesprek uit te peuren, totdat ik de twee gezichten van mijn spruiten zie verstrakken. Ze overleggen even en komen schoorvoetend tot een verbijsterende conclusie: “Pap?” “Ja, schatten, wat is er?” “Als jij dood bent dan pas je toch nooit onder onze heg.?”

Ik hul mij in dankbaar zwijgen.