Column: Tjoeke Tjoek
36 is mijn echte leeftijd en nog steeds geen rijbewijs. Die combinatie levert in een gesprek altijd een uitroep van ongeloof op. Vervolgens is het mijn schone taak te verklaren waarom. Ik zou dan kunnen antwoorden dat een rijverbod de oorzaak is of hogere idealen aangaande het milieu. De waarheid is echter ontluisterend: ik ben gewoon een beetje bang.
Autorijden gaat me te snel, te hard en te onoverzichtelijk. Mijn type houdt meer van de trekschuit, het jaagpad. Ik weet dat hoongelach mijn deel is, maar er valt gewoon niet meer van te maken. Een lafaard als ik zal altijd moeten kiezen tussen Gazelle en de NS. Ik moet eerlijk bekennen dat de laatste tijd, als Hengeloër, dič keus snel gemaakt is.
Eind maart zou ik een oud-collega treffen in Deventer. Een aangekondigd onderhoud van 48 uur aan de rails tussen Hengelo en Almelo, zou dat weekend worden opgelost met bussen. Niet ideaal, maar er zijn ergere dingen op deze aardkloot. Dat die 2 etmalen zouden uitlopen tot een kleine 720 uur stond in geen enkele flyer.
NS/Pro-Rail is erin geslaagd om ons binnen 1 maand het gevoel te geven dat we 140 jaar terug in de tijd zijn. Ik citeer de officiële website van de gemeente www.hengelo.nl: “(…)Een grote impuls voor de industriële groei vormden de aanleg van spoorwegen en de bouw van het station aan de rand van de binnenstad (geopend in 1865). Door de gunstige ligging aan het spoor, vestigden de firma’s Stork en Dikkers, en ook de katoenspinnerij, hier hun fabriekshallen.(…)”
Heel fijn dat ze “spoorwegen hebben aangelegd” en dat we “gunstig liggen aan het spoor”, maar laat er dan ook iets overheen rijden. Het liefst een trein, maar na 30 dagen kijken we niet meer zo kritisch. Toen in dichte mist ook nog eens ontelbare kalkoenen bezit namen van de A1 ( er was weer eens een vrachtwagen gaan liggen) was Hengelo in last. Afgesloten waren we. Een eiland in Overijssel. Wat de Separatistische Beweging Twente (SBT) nooit gelukt is, lukt NS/Pro-Rail, samen met wat gekanteld pluimvee, wel. Een enclave, alleen te bereiken via het Oosten. En niemand die eens flink van leer trekt. Nee, we worden gecompenseerd door medewerkers van het spoor: drie paaseitjes p.p. . Makke lammeren die Tukkers. Een te braaf en te lief volkje. “Wacht tot het rode licht gedoofd is. Er kan nog een trein komen!” Opscheppers!!!
