Volle Venten - cabaret op maat

Volle Venten, cabaret op maat

Column: Ritueel (een modern theaterstuk voor ingewijden)


1e bedrijf: consument / winkelbediende / omstander / kind 1 / kind 2

Consument brengt een bezoek aan een fantastische kledingzaak in de Modemagneet die Hengelo heet. Kind 1 en Kind 2 zijn gewoon kind en hopen op snel resultaat; hebben spanningsboog van een garnaal. Winkelbediende is in zijn hart een goede vent en smeert niet zomaar iets aan. Omstander is een doorgewinterde shopper die het klappen van de zweep kent. Consument weet dat de buitenwereld eigenlijk gelijk heeft maar geeft moeilijk toe.

Bediende: Kan ik helpen? (Bezorgd)
Consument: Ja, het schijnt dat ik een broek aan heb die niet meer kan! (Werpt blik op omstander)
Omstander: Dat zijn jouw woorden!
Winkelbediende: Hmm, klopt wel een beetje. Uw broek loopt taps toe waardoor uw verschijning ten nadele wordt benadrukt. (Verbijsterde blik consument) Ergo, deze wortelbroek kan echt niet meer!
Consument: Wortelbroek?!
Omstander: Zie je wel dat het een wortelbroek is.
Kind 1: Papa heeft een wortelbroek.
Kind 2: Papa is een konijn.
Omstander: Papa heeft het al moeilijk genoeg. Hou daar mee op! (Consument laat zich verslagen op een kruk zakken)
Winkelbediende: Tegenwoordig moeten………
Consument: Moeten? Hoezo moeten!
Omstander: Luister nou eens naar deze vlotte winkelbediende!
Winkelbediende: Tegenwoordig moeten ze recht doorlopen aan de pijpen en zólang zijn dat de onderkant van de broek over de hak van de schoen valt. Deze wordt dus altijd kapot gelopen. Echt heel erg hip!
Consument: Belachelijk… (ziet nog maar 1 uitweg) Heeft u mijn maat?
Winkelbediende: Vast wel…momentje.
(Kind 1 duwt Kind 2. Omstander grijpt in. Consument neemt spijkerbroek in ontvangst en sjokt naar pashokje. Gordijn gaat dicht, er klinkt binnensmonds gevloek over hoe goed de wortelbroek nog voldoet en nog lang niet aan vervanging toe is.)
Winkelbediende: En? (hoopvol)
Consument: Iets te strak!
Winkelbediende: (gaat over op plan B en geeft maat groter) En deze?
Consument: Beter.
Omstander: Laat eens zien. (gordijn gaat open) Mooi, heel mooi! Wat vind je er zelf van?
Consument: (onhoorbaar gemompel)
Winkelbediende: Kleedt u heel mooi af.
Kind 1: Papa is af.
Kind 2: Tikkie, jij ook!!
Omstander: Ik zag daar ook nog een mooie hangen!
Consument: Nee, deze is goed.
Omstander: Maar die daar…..
Consument: (dwingender) Nee, deze is goed. Graag pinnen. Pas erdoor en klaar!!
Kind 1 en kind 2: Mag ik op het groene knopje drukken?


Epiloog: Consument is volgens vrouwelijke collega’s (en Omstander)” the hottest man alive!!!!”